Praktische afspraken rond de Junior Journalist Wedstrijd (JJW) 2020

Junior Journalist Wedstrijd
Editie 2020 van de JJW heeft als thema 'Buren'. Van de 11–16-jarigen wordt verwacht dat ze een fantasieverhaal schrijven. De 17- en 18-jarigen krijgen als opdracht een opiniestuk (persoonlijke mening over een bepaald onderwerp) neer te pennen. De maximumlengte van de tekst bedraagt 2 A4-pagina's oftewel 1000 woorden.

Breng uw fantasieverhaal of opiniestuk binnen in een gesloten omslag ten laatste op vrijdag 13 december 2019 binnen bij Andrea Vanderheyden, Bevekomsestraat 26 in Bierbeek, of via e-mail dupont_vanderheyden@telenet.be.
Vermeld op een apart blad uw naam, voornaam, geboortedatum, thuisadres, telefoon, e-mail en titel van uw werk.

Een jury, samengesteld door Davidsfonds Bierbeek, leest jullie werken anoniem en selecteert een laureaat per leeftijdscategorie. De beste drie werken in elke categorie worden beloond met een prijs door de lokale afdeling Bierbeek op zondag 19 januari 2020 om 12 uur in de Velpe. De winnaars van elke categorie nemen dan deel aan het provinciale luik van de wedstrijd, waar hun tekst geëvalueerd wordt t.o.v. andere regiowinnaars. De hoofdprijsuitreiking is voorzien op zondag 26 april 2020.

Vormvereisten en reglement

Kies een titel en laat je fantasie de vrije loop!   De vorm maakt niet uit. Alleen poëzie (gedichten dus) is NIET toegestaan.
Illustraties zijn wel toegelaten.
Een inzending voor de Junior Journalist-wedstrijd moet geschreven zijn in het Nederlands door één auteur en moet uiteraard oorspronkelijk zijn. Inzendingen die geheel of gedeeltelijk plagiaat blijken te zijn, worden uitgesloten. Diskwalificatie is mogelijk op elk moment in de wedstrijd.

Als maatstaf van beoordeling wordt rekening gehouden met de originaliteit van het werkje, de eigen invalshoek, de inhoudelijke uitwerking, de taal, de woordenschat, de spelling en de creativiteit die aan de dag werd gelegd.
Wie deelneemt aan de JJW gaat akkoord met dit reglement en met de beslissingen van de jury, zowel voor de lokale wedstrijd als voor de provinciale. Tegen die beslissingen is geen verhaal mogelijk, op elke manier dan ook. Over punten en evaluaties wordt achteraf op geen enkel niveau uitleg verschaft.
Over punten van de JJW die niet vermeld zijn in dit reglement, beslist het bestuur van de plaatselijke afdeling en de werkgroep Vlaams-Brabant .
Wie deelneemt aan de Junior Journalist geeft daarmee het Davidsfonds het recht om zijn of haar inzending te publiceren, zonder dat het Davidsfonds nog verdere verplichtingen heeft tegenover de auteur.
De organisator heeft het recht om zonder verdere verplichting foto’s van de Junior Journalist waarop deelnemers voorkomen te (laten) publiceren.

Datums om te onthouden

Vrijdag 13 december 2019 : uiterste datum om je werk in te dienen
Zondag 19 januari 2020 :     lokale prijsuitreiking
Zondag 26 april 2020 :         provinciale prijsuitreiking

Wie kan deelnemen?

De deelnemers aan de Junior Journalist worden opgedeeld in vier wedstrijdcategorieën, afhankelijk van je leeftijd (het studiejaar waarin je zit )

Reeks 1 = 11 en 12 j 5de en 6de leerjaar basisonderwijs : fantasieverhaal
Reeks 2 = 13 j en 14 j 1ste en 2de jaar secundair onderwijs : fantasieverhaal
Reeks 3 = 15j en 16j 3de en 4de jaar secundair onderwijs : fantasieverhaal
Reeks 4 = 17j en 18 j 5de en 6de jaar sec. onderwijs: opiniestuk

Waarover gaat het? Enkele ideeën

A. Fantasieverhaal (reeks 1, 2 en 3)

De nadruk van je verhaal ligt op jouw fantasie.
Het hoeft helemaal niet zo serieus te zijn. In Junior Journalist is er plaats voor fantasieverhalen. Een verhaal waarin jij verhuist naar een ander land en allemaal nieuwe dingen ontdekt. Of reis via een teletijdmachine naar het verleden of de toekomst en maak een verslag over hoe het leven er toen uitzag. Of verzin een verhaal over de vreemde maar vriendelijke nieuwe buurman of buurvrouw. En wat als mensen helemaal nooit verhuisden? Hoe zou de wereld er dan uitzien? Laat je fantasie de vrije loop! Ideeën genoeg om aan de slag te gaan!

Laat je inspireren: wat heeft met buren te maken...

1. Kinderen uit de buurt.
2. Een bijzondere interesse in de buurjongen of buurmeisje.
3. Spelen, ravotten, gamen, sporten, kattenkwaad uithalen, … met de buren of de kinderen of jongeren uit de buurt.
4. Elkaar helpen, iets betekenen voor elkaar.
5. Mijn oma/opa woont in de buurt.
6. Deel uitmaken van een samengesteld gezin en dus heb ik twee buurten waar ik vrienden kan maken.
7. Ik woon in de buurt van een WZC of een voorziening voor personen met een handicap en ik doe daar al eens iets voor.
8. Buurtfeest.
9. In mijn buurt wonen nieuwkomers.
10. Een eerste kennismaking met mijn nieuwe buren.
11. Ik woon in de buurt van een druk kruispunt of een slecht onderhouden fietspad en ik heb al actie ondernomen met de kinderen uit de buurt
12. Een goede buur is beter dan een verre vriend.
13. De buren die uit andere landen en culturen komen en waar zeker ook iets over te vertellen valt.
14. Mijn buurt krijgt een speelplein.

- Maak wat tijd voor het schrijven van jouw schitterend fantasieverhaal.

- Fantaseer erop los. Bij een fantasieverhaal gaat het om jouw verbeelding. Leg jezelf geen grenzen op en laat anderen dat ook niet doen, maar werk een verhaal uit rond buren zoals jij dat wil.

- Maak een reis door de tijd. Buren zijn er altijd al geweest en zijn zelfs bepalend geweest in de geschiedenis. Misschien kan jouw verhaal zich afspelen in de middeleeuwen of juist in de toekomst?

- Kies een bijzondere locatie. Je verhaal hoeft zich niet in ons land af te spelen, maar kan evengoed in Afrika, Amerika … of zelfs op Mars plaatsvinden!

- Zoek voor een personage inspiratie in je eigen omgeving. Dat is vaak een stuk gemakkelijker dan een personage van top tot teen zelf uitvinden.

- Schrijven is schrappen, wordt weleens gezegd. Een langer verhaal is niet per se een beter verhaal.

B. Opiniestuk (reeks 4)

Een opiniestuk gaat meestal over een actueel, controversieel onderwerp. ‘Buren’ is op het eerste gezicht misschien niet meteen een thema waar je veel kanten mee uit kunt, maar als je focust op ‘nieuwe buren’ en de nadruk legt op diversiteit en interculturaliteit, kunnen er heel wat invalshoeken bedacht worden die het wel de moeite waard maken om een opiniestuk te schrijven. Wie zijn onze nieuwe buren? Hoe kunnen zij onze maatschappij verrijken? Hoe kunnen oude buren en nieuwe buren elkaar benaderen, samenleven?

In een opiniestuk heeft de Junior Journalist de vrijheid om zijn persoonlijke mening over een bepaald onderwerp uit te drukken. Meestal gaat een opiniestuk over een maatschappelijk thema waarover veel tegenstrijdige meningen bestaan en dat vaak een aanleiding vormt tot discussie. De schrijver ervan hoeft zich dus niet te beperken tot een opsomming van feiten. Integendeel, de manier waarop hij zelf over het onderwerp denkt, vormt juist de basis van de tekst. Voor een goed geschreven opiniestuk moet je wat durf hebben: je moet uw eigen standpunt zo krachtig mogelijk overbrengen en er de nodige argumenten voor aanhalen. Een opiniestuk moet overtuigen.

Tips voor een goed opiniestuk
- Baken je onderwerp goed af. Schrijf geen opiniestuk over buren in het algemeen, maar kies voor één aspect of rol die buren kunnen spelen en waarover je het wil hebben. Landverhuizers of leven in een superdiverse samenleving, bijvoorbeeld.

- Bereid je goed voor. Zoek informatie op over het onderwerp, in de bibliotheek of op het internet. Op basis van die achtergrondkennis kun je je mening vormen en je argumentatie opbouwen.

- Kies een concreet feit of een gebeurtenis als aanleiding voor je opiniestuk. Dat kan iets heel belangrijks of iets heel kleins zijn. Zo heb je een kapstok waaraan je je verhaal kan hangen.

Staaf je mening met goede argumenten. Concrete voorbeelden en cijfermateriaal zijn onmisbaar. Het is beter om drie goede argumenten te hebben dan tien slecht uitgewerkte.
- Een goed opiniestuk heeft een logische opbouw. Maak eerst een schema met een inleiding, een midden en een slot en schrijf daarna pas alles uit.

Inspiratie voor een opiniestuk over (nieuwe) buren
Wie zijn onze (nieuwe) buren?
Wat is het belang van buren? Wat is hun rol in onze maatschappij?
Is er een evolutie in het contact met onze buren?
Kennen we hen nog?
Hoe was het vroeger en nu?
Is het een positieve of negatieve evolutie?
Hoe kunnen nieuwe buren onze maatschappij verrijken?
Hoe kunnen oude en nieuwe buren elkaar benaderen, samenleven?
Hoe ziet onze maatschappij eruit binnen 20 jaar? Wat is de rol van buren dan?

Aan de slag, en vergeet je werk niet tijdig door te mailen of op te sturen.