Driedaagse reis: Maredsous, Sedan, Verdun en Hackenberg
Deelnameprijs: 390 euro (leden), 430 euro (niet-leden)
Maximaal aantal deelnemers: 45 personen
Inschrijvingen afgesloten
Driedaagse reis: Maredsous, Sedan, Verdun en Hackenberg

We vertrekken op vrijdagmorgen 27 juli omstreeks halfnegen aan cc de borre.
Onze eerste halte is de abdij van Maredsous waar we verwelkomd worden met koffie. Een gids neemt ons mee door de geschiedenis van dit benedictijns klooster. Na een lichte lunch rijden we verder naar Sedan, waar we de grootste burcht van Europa bezoeken. Na de koffie brengt de bus ons naar onze laatste halte : Verdun. We checken in het prestigieuze hotel “Jardins du Mess” **** in, waar we dineren.
Dag twee staat volledig in het teken van de “Groote Oorlog”. In de voormiddag bezoeken we Verdun zelf, na de lunch rijden we naar “La Tranchée des Baïonnettes”, het spookdorp van Fleury, het Ossuarium en het fort van Douaumont. ’s Avonds eten we in de oude groeve van Haudainville, ten zuiden van Verdun, waar we ons kunnen inleven in de Slag bij Verdun in 1916. Dit is tevens de laatste kans om het fantastische klank- en lichtspel ‘ Des Flammes… à la Lumière’ te bezoeken. Na een dag volledig in het teken van de Eerste Wereldoorlog begeven we ons naar ons hotel voor een verkwikkende nachtrust.
Op onze laatste dag checken we na het ontbijt uit, wandelen langs de Maas, bezoeken de ondergrondse citadel of de kathedraal in de voormiddag, lunchen in Veckring en bezoeken tot slot nog het Fort van Hackenberg met een treintje. Hier krijgen we een mooi voorbeeld van een groot verdedigingsbolwerk van de Maginotlinie en daarmee belanden we in de Tweede Wereldoorlog. In de vooravond zijn we terug aan de borre.

Deelnameprijs: 390 euro voor leden, 430 euro voor niet-leden
Maximaal aantal deelnemers: 45 personen
Inschrijvingen afgesloten





  • Terugblik

    Vrijdag 27 juli 2018 (dag 1) : Bezoek Maredsous – Sedan – Aankomst Verdun

    De zomer van 2018 zullen we ons niet enkel herinneren omwille van het prachtige, maar o zo droge weer: ook onze driedaagse Davidsfondsuitstap was een voltreffer !

    ’s Morgens om 8 uur stond iedereen gepakt en gezakt aan de bus zodat we stipt om 8.15u konden vertrekken richting Maredsous. Na een verkwikkende tas koffie en een croissant was iedereen goed wakker en werden we in en rond de abdij deskundig rondgeleid door een pittige dame. Onze grote nieuwsgierigheid werd maar geleidelijk bevredigd: de vraag van Dirk naar het aantal nog aanwezige monniken werd niet eerder dan op het gepaste moment beantwoord : 30 monniken met vaste verblijplaats en een twintigtal – uit andere abdijen afkomstige - monniken die er tijdelijk verblijven. Deze abdij staat bekend om haar zeer uitgebreide bibliotheek – meer dan 400.000 boeken – de monniken zijn (dixit de gids) dan ook vooral “intellectueel” bezig (vertalingen maken, schrijven van theologische teksten, ...). Een aantal van hen is ook actief als parochiepriester in de omliggende dorpen.

    De abdij (in neogothische stijl) werd in 1872 gesticht door monniken van Beuron (Duitsland) en de bouw ervan werd gefinancierd door een plaatselijke, vermogende, familie Desclée. Het onderhoud van de abdij (gronden en gebouwen), alsook de administratie en dergelijke, is uitbesteed aan een 220-tal “leken”. De kost hiervan wordt betaald met de opbrengst van hun bier- en kaasverkoop.

    De productie van hun abdijbier vond tot 1963 plaats in de abdij zelf, maar werd daarna uitbesteed aan de brouwerij Duvel Moortgat. De productie van hun abdijkaas, gestart in 1953, werd in 1959 ook grotendeels uitbesteed. Deze interessante rondleiding werd afgesloten in het bezoekerscentrum met een Ardense schotel, een lekkere Maredsous en fijne babbels met onze medereizigers.

    Rond 13u. trokken we per bus verder richting Sedan. We bezochten er het kasteel van Sedan, één van de grootste middeleeuwse kastelen in Europa, met een oppervlakte van 35.000 m2. We werden rondgeleid door een enthousiaste mevrouw (in middeleeuwse klederdracht) met Duitse nationaliteit, die Nederlands sprak met een Antwerps accent (Antwerpse vriend) en in Frankrijk woont ...

    Het kasteel is het enige overblijfsel van de voormalige fortificaties in en rond de stad. In 1870 (Frans-Duitse oorlog) werden de meeste verdedigingswerken vernietigd, behalve het kasteel. De bouw startte in 1424 (onder Evrard de la Marck) en werd tijdens de daarop volgende eeuwen verder uitgebreid.

    Het kasteel was de verblijfplaats van de heren, later prinsen van Sedan, die ook hertog van Bouillon waren. In 1642 werd het kasteel geschonken aan Frankrijk en nam het Franse leger er zijn intrek. Dat bleef zo gedurende 320 jaar tot de stad Sedan het kasteel koopt voor een symbolische frank en het openstelt voor het publiek.

    Na deze onderdompeling in het middeleeuwse ridderleven, reden we verder naar onze eindbestemming Verdun. We logeerden in het prachtige vier-sterrenhotel “Les Jardins du Mess”, gelegen aan de oever van de Maas. We hebben nooit zo genoten van de airco in onze hotelkamer als nu : een heerlijke 22 graden (buiten was het om en bij de 30°C) en een geruisloos werkende airco !!

    Om 19.30u. was het tijd voor aperitief, gevolgd door een lekker driegangendiner. En om een drukke en warme, maar leuke dag af te sluiten zochten we daarna één van de vele terrasjes op aan de overkant van de Maas en werd er nog een hele tijd nagebabbeld bij een fris glaasje.

    Verslag: Luk Wetsels

    Zaterdag 28 juli 2018 (dag 2) : Verdun

    Dag twee: warmste dag van het jaar (37 graden) in een bus zonder airco. Uw dienaar zat, zoals gewoonlijk, op de achterste bank boven de motor! ‘Wie zijn... verbrandt, moet op de blaren zitten!’ Volledig koortsvrij, ontzwollen en volgetankt na de Turkse sauna in één van de rijdende stoomketels van onze busmaatschappij mochten wij genieten van een meer dan rijkelijk ontbijtbuffet.

    We werden bijna decadent verwend in dit super-de-luxe viersterrenhotel, de vroegere mess van de officieren, maar nu smaakvol gerestaureerd: een stijlvolle entrée met zowaar een statietrap , een suite met alles erop en eraan (Zelfs airco: we waren vergeten hoe de kalmerende koelte de zinderende zwoelte tempert!), een bedwelmend natuurachteruitzicht met parkje en riviertje en een esthetisch vooruitzicht met de architecturaal verzorgde en heraangelegde Maasterrassen.

    Als klap op de Davidsfondsvuurpijl kregen we als toetje de ruimte om tot tien te ontbijten. Inwendig versterkt en vooral met onze vochtspiegel opnieuw op peil werden we opgewacht door een op z’n zachtst uitgedrukt raar mannetje, onze gids: enigszins disproportioneel qua constructie, duidelijk hyperkinetisch, meer dan welbespraakt, Engelstalig van geboorte en Franstalig door zijn huwelijk en zijn verblijf in Frankrijk. Hij wist eigenlijk te veel, had ook een aantal boeken geschreven over de Eerste Wereldoorlog en was vooral zeer gedreven en enthousiast.

    Om zijn verbale stootkracht wat in te perken vroegen we hem zijn uiteenzettingen zowel in het Frans als in het Engels te houden met als resultaat dat hij nog vlugger begon te praten. We werden dus volledig ondergedompeld in Verdun met zijn indrukwekkend overwinningsmonument, zijn mastodont van een kathedraal, zijn gesofisticeerd netwerk van versterkingen dat zijn strategisch belang onderstreept als verdedigingsbolwerk van ‘la douce France’. De overvloedige aanwezigheid van het water van de Maas, zijn bijriviertjes en kanaaltjes met bruggetjes, maakt Verdun tot een lieflijk stadje in 2018! Een bezoek zeker waard! Hoewel het middagmaal geserveerd werd in het restaurant ‘Le Bowling’, werd het een lekker driegangenmenu met een vlotte en vriendelijke bediening. Onder een stralende zon werkten we daarna met onze gids het rijke en gevarieerde namiddagprogramma af met als thema ‘De Eerste Wereldoorlog’, alles gesitueerd in de buurt van Verdun.

    Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de Slag bij Verdun in 1916 één van de bloedigste confrontaties tussen Duitse en Franse troepen. Het was de bedoeling van de Duitse legerleiding om zo de druk op het westelijk front te verlichten en om de weg naar Parijs open te breken. Verdun had daarenboven een grote symbolische betekenis, want bij het Verdrag van Verdun in 843, de opdeling van het rijk van Karel de Grote onder zijn kleinzoons, werd de stad onderdeel van het (Duitse) Heilige Roomse Rijk. Bij de Vrede van Münster in 1648 werd Verdun definitief aan Frankrijk toegewezen. Deze streek, Elzas-Lotharingen, bleef een speelbal tussen Frankrijk en Duitsland. De inwoners wisselden als oorlogsbuit verschillende keren van nationaliteit, na de Frans-Duitse Oorlog (1871), tijdens en na de Eerste en de Tweede Wereldoorlog.

    Ons eerste bezoek van de namiddag aan het Fort van Douaumont confronteerde ons met de imposante oorlogsmachine: drie ondergrondse verdiepingen met galerijen en slaapplaatsen, artillerie en geschutstorens... drie hectaren groot!

    Daarna bezochten we de Tranchée des Baïonnettes, een herdenkingsmonument voor het 137 e Franse infanterieregiment. Een loopgraaf met rechtopstaande bajonetten en gesneuvelde soldaten spreekt natuurlijk tot de verbeelding. Een Amerikaanse schenking zorgt er echter voor dat de site vrij bombastisch overkomt.

    Dan was de tussenstop bij één van de negen verwoeste dorpen veel aansprekender. De rust en de stilte die er heersten was aangrijpend, ook al liepen er verschillende bezoekers rond. Een open ruimte in het bos, hier en daar een paar stenen en een bordje met wat uitleg verbeelden hoe het dorp er moet uitgezien hebben voor hier elk leven stilviel na de fatale aanval. Dit spookdorp van Fleury liet een diepe indruk na op ons reisgezelschap, zeker ook omdat hier heel wat kinderen een plotse dood vonden. Onze gids wist de passende sfeer van ingetogenheid en reflectie heel goed op te roepen. Een constante in zijn uiteenzettingen de hele dag waren de totale waanzin van oorlog, de samenloop van futiele omstandigheden waardoor hij meestal ontstaat, de desastreuze gevolgen en het feit dat de zwaksten steeds de grootste slachtoffers zijn. Als historicus hechtte hij terecht veel belang aan de objectieve waarheid en ontluisterde hij regelmatig pseudo-historische feiten, ‘fake news’ dus.

    In de vooravond bezochten we tot slot het Ossuarium waar de stoffelijke resten (beenderen) van 130.000 soldaten bewaard worden die verzameld werden op het slagveld, zowel Duitsers als Fransen. Het initiatief werd genomen door de plaatselijke bisschop, dus zonder financiële staatssteun. Steden uit de hele wereld, ook Leuven, sponsorden dit initiatief wat resulteerde in een reusachtig monument en een bezinningsruimte. Een inkijk via raampjes op de honderdduizende beenderen is niet alleen schokkend, maar tevens zeer aangrijpend. Voor dit Ossuarium strekt zich een militaire begraafplaats uit met 15.000 grafzerkjes. Ons bezoek aan het Ossuarium werd afgesloten met een film met authentieke beelden van deze zinloze oorlog.

    Erg onder de indruk reden we naar de oude groeve van Haudainville. Hier konden we ons eerst te goed doen aan een fijn verzorgd driegangenmenu met een vlotte en vriendelijke bediening. Als bekroning van deze boeiende en leerrijke onderdompeling in het drama van een eeuw geleden konden we het fantastische klank- en lichtspel ‘Des Flammes... à la lumière bijwonen.

    Na een vlotte en goed georganiseerde plaatstoewijzing voor onze groep ‘Davifon de Birbec’ sloeg dan toch totaal onverwachts de ‘Franse slag’ toe: met vijftig minuten vertraging startte het spektakel! Deze beklijvende evocatie van de Slag bij Verdun werd gepresenteerd door meer dan honderd acteurs, actrices en figuranten, drie nationaliteiten - zelfs Belgen – en met heuse speciale effecten.

    Ik eindig dit verslag zoals ik vroeger in het zesde leerjaar mijn opstellen afsloot: ”Moe maar voldaan keerden we huiswaarts”. Toch nog een terrasje om één uur ’s nachts voor ons hotel aan de oevers van de Maas bij zalig zomerweer en een beetje suspens. De parking voor onze autocar was ingenomen door twee auto’s. Na wat gezeur schoot de receptionist toch in actie. De politie, twee straten verder verwittigen, was geen optie, want die kwam voor zo’n overtreding toch niet... en dat was ook zo! Ze gaven ons wel de toestemming om fout te parkeren voor het oorlogsmonument en de twee foutparkeerders zouden een boete krijgen. Nog wat uitgedaagd en uitgelachen door omstaanders . Eén van de foutparkeerders zei zelfs dat die boete hem niet deerde, hij had toch geld genoeg... Vive la France!

    Verslag: Daniël Dupont

    Zondag 29 juli 2018 (dag 3) : Verdun – Veckring - Ouvrage De Hackenberg - Bierbeek

    Zondag, prachtig weer, lekker en laat ontbijt, nog even een blik op de Maas en de ‘Officiersmess’ en dan vertrokken we met de bus naar Veckring. Om 12 uur was de lunch gereserveerd in ‘Le Relais du Fort’, 23 Grande Rue te 57920 Veckring. We werden door de bazin, Véronique Straumann, uiterst vriendelijk ontvangen en het eten (aperitief van het huis, salade Vosgienne, osso bucco de dinde à la façon grand-mère en Clafoutis de cerises met koffie ) was zeer goed, een aanrader voor wie ooit in de omgeving verblijft. In deze gemeente, op ongeveer 20 kilometer ten oosten van Thionville en 30 km ten zuiden van het Luxemburgse grensdorpje Schengen, ligt fort Hackenberg, een van de grote vestingwerken (gros ouvrage) van de Maginotlinie. Het hele bolwerk ligt onder de Hackenberg (343 meter) en het complex is merkwaardig goed bewaard en wordt met veel toewijding onderhouden door Amifort, een vrijwilligersvereniging.

    De rondleiding zou 2.30 u duren, het werd uiteindelijk 3.30 u (omdat Cyriel de vertaling naar het Nederlands wou verzorgen n.v.d.r.), maar dank zij onze bijzonder enthousiaste gids Jean-Michel vloog de tijd voorbij! Er was vooraf gemeld dat de temperatuur in de 10 km tunnels en gangen van het fort slechts 12°C bedraagt, maar het eerste uur van het bezoek (te voet) viel dat nog wel mee. We konden kennis maken met de vele galerijen, munitieopslagplaatsen, de keuken, de slaapzalen, radiokamer, de machinekamer met de vier nog steeds functionerende elektriciteitsgeneratoren...

    Met het treintje, dat vroeger diende voor het intern vervoer van goederen en personeel in het fort, reden we dan naar de trap (143 treden), die leidt naar één van de geschutstorens, met nog steeds werkend mechanisme: in een mum van tijd kon de koepel met twee 135 mm kanonnen omhoog getild en gedraaid worden.

    Los van het feit dat het hele vestingwerk in feite diende om dood en vernieling te zaaien, dwong toch vooral bewondering af, het feit dat men eind van de jaren dertig dergelijke installaties wist te bouwen, die ook nu nog steeds perfect functioneren. Het treintje bracht ons dan in 15 minuten tegen een gezapige 12 km per uur naar de uitgang, waar we de kou vlug vergaten door de heerlijke zomerse temperatuur. We maakten nog een sanitaire stop op de snelwegparking in Wanlin en konden in het restaurant nog iets kleins eten en drinken. Uiteindelijk kwamen we in Bierbeek aan rond 20 uur, het einde van een zeer geslaagde weekendtrip, voor herhaling vatbaar!

    Verslag: Cyriel Vanderwegen